Zwangerschapsbegeleiding

Gevalideerd door CEBAM in mei 2015

Auteurs: Nicole Dekker, Régine Goemaes, Jasna Neirinckx, Lieve Seuntjens, Karen Smets met medewerking van Martine Goossens, Elissah Hendrickx, Ineke Meul, Sanne Vandenbosch en Esther Van Leeuwen
ICPC W31, W78

PDF downloads
pdf Zwangerschapsbegeleiding (9.19 MB) pdf Consultondersteunende folder infecties
pdf Steekkaart (141 KB) pdf Consultondersteunende folder prenatale screening

Diagnose van een zwangerschap

Hoe wordt de duur van een zwangerschap berekend?    

  • De berekening van de zwangerschapsduur gebeurt het nauwkeurigst door de bepaling van de kruin-romplengte tijdens een vroege echografie (tussen 10 weken en 13 weken en 6 dagen). (Grade 1A)
  • De zwangerschapsduur kan worden berekend door de minder nauwkeurige Late Menstrual Period (LMP). (Grade 2C)

Welke labotesten worden aanbevolen voor diagnose?

  • Een hCG-bepaling in de urine is een snelle en voldoende betrouwbare methode om een zwangerschap vast te stellen. (Grade 2C)
  • Overweeg (serum) hCG enkel bij twijfelachtig of onverwacht negatief urine hCG-resultaat. (Grade 2C)
  • Bepaal (serum) hCG om een vroege zwangerschap op te sporen en vroege zwangerschapscomplicaties te identificeren (zoals: spontane abortus, Extra-Uteriene Graviditeit (EUG),...). (Grade 1B)

Bevraging tijdens een eerste consult

Moet de voorgeschiedenis bevraagd te worden?

  • Bevraag:
    • (relevante) medische, gynaecologische, obstetrische en psychiatrische voorgeschiedenis, (GPP)
    • immuniteit voor toxoplasmose, rubella en varicella, (GPP)
    • voorkomen van congenitale aandoeningen in de familie (tot derde graad). (GPP)
  • Wees bedacht op bepaalde genetische aandoeningen die ook etnisch bepaald zijn. (GPP)

Welke risicofactoren bevragen tijdens het eerste zwangerschapsconsult?

  • Bevraag risicofactoren in verband met het ontwikkelen van zwangerschapshypertensie en pre-eclampsie: (Grade 1B)
    • leeftijd van 40 jaar of ouder,
    • nullipariteit,
    • zwangerschapsinterval van méér dan tien jaar,
    • familiale voorgeschiedenis van pre-eclampsie,
    • voorgeschiedenis van pre-eclampsie,
    • BMI van 30 kg/m² of meer,
    • voorafbestaande hypertensie,
    • voorafbestaande nierziekte,
    • meerlingzwangerschap.
  • Bevraag risicofactoren die samengaan met een verhoogde kans op zwangerschapsdiabetes: (GPP)
    • obesitas,
    • gevorderde maternale leeftijd,
    • familiale voorgeschiedenis van diabetes,
    • voorgeschiedenis van zwangerschapsdiabetes,
    • kind met geboortegewicht >4500 g,
    • origine uit etnische minderheden,
    • sterke gewichtstoename tijdens jonge volwassenheid,
    • roken.
  • Risicofactoren ter detectie van vroegtijdige geboorte moeten niet systematisch bevraagd worden. (Grade 2C)
  • Wees alert voor een groter risico op complicaties bij een leeftijd van de zwangere onder de 20 of boven 40 jaar. (Grade 1C)
  • Identificeer zwangere vrouwen die genitale mutilatie hebben ondergaan zo vroeg mogelijk in de prenatale zorg door dit voorzichtig na te vragen. Prenataal onderzoek zal het mogelijk maken de intrapartale zorg te plannen. (GPP)

Welke risico’s omtrent levensstijl bevragen en wat is het advies ?

  • Bevraag:
    • het soort werk om een potentieel verhoogd risico (op complicaties) ten gevolge van werkgerelateerde blootstelling te identificeren, (Grade 1C)
    • rookstatus, (GPP)
    • gebruik van alcohol, (GPP)
    • gebruik van medicatie. (GPP)
  • Geef volgende adviezen in verband met rookstop:
    • benadruk de risico’s van roken voor het ongeboren kind en de mogelijke gevolgen van passief roken, (Grade 1A)
    • benadruk de voordelen van stoppen en verminderen in eender welk stadium van de zwangerschap, (Grade 1A)
    • blijf de rookstatus tijdens de gehele zwangerschap en zelfs erna bevragen en blijf advies en ondersteuning geven. (GPP)
  • Geef volgende adviezen in verband met alcohol:
    • ontraad alcohol gedurende de hele zwangerschap. (Grade 2C)
  • Geef volgende adviezen in verband met cannabisgebruik:
    • adviseer vrouwen geen cannabis te gebruiken tijdens de zwangerschap. (Grade 1B)

Hoe ervaart de vrouw haar zwangerschap?

  • Peil naar de emoties rond de zwangerschap. (GPP)
  • Stel bij het eerste contact twee vragen om een mogelijke depressie te identificeren. (GPP)
  • Na het identificeren van een mogelijke depressie moet verdere oppuntstelling overwogen worden. (Grade 1C)
  • Wees alert op symptomen of tekens van huiselijk geweld. (Grade 1C)

Onderzoeken tijdens een eerste consult

Welke klinische onderzoeken tijdens het eerste consult?

  • Bepaal de Body Mass Index (BMI) tijdens het eerste consult om risicozwangerschappen te identificeren. (Grade 1B)
  • Meet de bloeddruk tijdens het eerste consult. (Grade 1B)
  • Het routinematig uitvoeren van een vaginaal onderzoek tijdens de zwangerschap wordt niet aangeraden. (Grade 1A)

Welke labo-onderzoeken tijdens het eerste consult?

Hoe worden de bloedgroep en antistoffen bepaald tijdens de zwangerschap

  • Bepaal bij de eerste bloedafname de bloedgroep en de resusfactor indien die bij aanvang van de zwangerschap niet gekend zijn. Bepaal altijd de irreguliere antistoffen (indirecte coombs). (Grade 1B)
  • Wanneer een negatief resultaat werd bekomen, bepaal rond 28 weken opnieuw de irreguliere antistoffen (onafhankelijk van hun resusstatus). (Grade 2C)

Hoe wordt gescreend naar anemie en wat is het beleid?

  • Screen naar anemie door een Hb-bepaling in het eerste trimester bij de eerste bloedafname. (Grade 1B)
  • Overweeg om ferritine, MCV, MCH en MCHC mee te bepalen. (GPP)
  • Herhaal deze Hb-bepaling bij de tweede bloedafname. (Grade 1B)
  • Bepaal ferritine bij een Hb-waarde van <11 mg/dl. (GPP)
  • Behandel een verlaagd ferritine met ijzersuppletie en controleer het Hb-gehalte na 4 weken. (Grade 1A)
  • Extreem lage Hb-waarden van minder dan 8,5 mg/dl dienen onmiddellijk verder oorzakelijk geevalueerd te worden. (GPP)

Is screening naar hemoglobinopathieën aanbevolen?

  • Screening naar hemoglobinopathieën is enkel aan te bevelen bij etnische groepen met een hoge prevalentie hiervoor. (GPP)

Screenen naar voorafbestaande diabetes?

  • Overweeg bij aanwezigheid van risicofactoren screening op voorafbestaande diabetes door middel van een nuchtere glycemiebepaling bij aanvang van de zwangerschap. (GPP)

Welke infecties opsporen bij aanvang van de zwangerschap?

  • Opsporen van asymptomatische bacteriurie (ASB)
    • Screen naar asymptomatische bacteriurie (ASB) en gebruik hiervoor cultuur op midstroom-urine. (Grade 1B)
  • Screenen naar seksueel overdraagbare infecties (SOI)
    • Screen naar hepatitis B-virus (HBV) met behulp van HbsAg in serum, indien de immuun-status niet gekend of negatief is. (Grade 1A)
    • Screen naar hiv door bepaling van hiv-antilichamen in serum. (Grade 1A)
    • Screen naar syfilis door bepaling van TPHA in serum. (Grade 1B)
    • Screen niet routinematig naar chlamydia. (Grade 1C)
  • Screenen naar andere infecties
    • Screen naar rubella-immuniteit door IgG-bepaling. (Grade 1B)
    • Routinematige screening naar toxoplasmose wordt niet aangeraden. (Grade 1B)
    • Indien de immuunstatus voor toxoplasmose en rubella (IgG) gekend en positief zijn, dient deze test niet herhaald te worden bij de eerste bloedafname. (GPP)
    • Screen naar toxoplasmose door IgG- en IgM-bepaling indien de immuunstatus nog niet gekend is. (GPP)
    • Screen niet routinematig naar cytomegalovirus (CMV) (Grade 1B) en hepatitis C (Grade 1C).

Actieve opvolging van de zwangerschap

Hoe gebeurt een prenatale screening?

Welke aandoeningen opsporen?

  • Geef de zwangere vrouw (en haar partner) informatie over de mogelijkheid om structurele afwijkingen bij de foetus op te sporen. (GPP)
  • Bespreek de mogelijkheid voor prenatale screening op trisomie 13, 18 en 21 (downsyndroom) op het einde van het eerste trimester. (GPP)

Welke onderzoeken zijn nodig voor prenatale screening?

  • Verwijs de zwangere voor een echografie tussen 11 en 14 weken voor nekplooimeting. Bepaal op dat moment vrij bèta hCG en PAPP-A in het serum. (Grade 1B)
  • Informeer de zwangere over de niet-invasieve prenatale test (NIPT). (Grade 2C)

Hoe de resultaten uitleggen aan de zwangere?

  • Bespreek dat het resultaat van de prenatale screening in het eerste trimester een kansberekening betreft en het risico op de aanwezigheid van trisomie waaronder het downsyndroom uitdrukt. (GPP)
  • Bespreek dat bij een combinatietest de screening positief is bij een kans gelijk of groter dan 1 op 250. (GPP)
  • Toets of het resultaat begrepen wordt. (GPP)

Hoe screenen naar zwangerschapsdiabetes en wat te doen bij een positief resultaat?

  • Screen iedere zwangere (zonder voorafbekende diabetes mellitus) door een glucosechallengetest met 50 g glucose op 24 weken bij elke zwangere die een normale glucosewaarde had bij aanvang van de zwangerschap. De test is afwijkend bij een glucosewaarde van 140 mg/dl of meer. (GPP)
  • Spoor geen glucose in de urine op tijdens de zwangerschap. (Grade 1B)
  • Confirmeer na een afwijkende challengetest de diagnose van zwangerschapsdiabetes met behulp van een diagnostische test: 3 uur 100 g of 2 uur 75 g OGTT. (GPP)
  • Overweeg om deze test te vervroegen bij zwangeren die in een vorige zwangerschap diabetes hebben gehad of die bij de eerste bloedname een gestoorde nuchtere glycemie (van ≥100 mg/dl maar <126 mg/dl) hebben. (GPP)

Hoe hypertensie en pre-eclampsie opsporen?

Moet men bij ieder consult de bloeddruk meten?

  • Meet de bloeddruk bij elk prenataal consult. (Grade 1C)

Wat is het belang van het opsporen van de proteïnurie en hoe frequent gebeurt dit?

  • Bepaal bij elke prenatale controle proteïnurie om tijdig pre-eclampsie op te sporen, met specifieke aandacht voor de zwangeren uit de risicogroepen. (Grade 2C)

Hoe proteïnurie bepalen?

  • Toon de aanwezigheid van proteïnurie aan via een direct afleesbare dipstickmethode. (Grade 1C)
  • Bepaal na twee opeenvolgende resultaten van 2+ op dipstick met een interval van minstens 4 uur proteïnurie via 24 uurs-urinecollectie. (Grade 1C)

Welke klinische alarmsymptomen wijzen op pre-eclampsie?

  • Raad zwangere vrouwen met risico voor pre-eclampsie aan om contact op te nemen bij hoofdpijn, visusstoornissen zoals lichtflikkeringen en flashes, erge pijn onder de ribben, overgeven en/of opzwellen van handen, gezicht en voeten. (GPP)

Hoe de foetale groei en ontwikkeling volgen?

Hoe de fundushoogte meten en vanaf wanneer?

  • Meet vanaf 24 weken de fundushoogte op elke consultatie. (Grade 2C)

Hoe de foetale ligging bepalen en vanaf wanneer?

  • Overweeg vanaf 36 weken de foetale ligging te bepalen door middel van de handgrepen van Leopold. (Grade 2C)

Wat is de waarde van het bepalen van de harttonen?

  • Spoor zo gewenst bij elk abdominaal onderzoek (vanaf 12 weken) de aanwezigheid van harttonen op via een dopplertoestel. (GPP)

Welke informatie geven bij verminderde kindsbewegingen?

  • Routinematig tellen van kindsbewegingen wordt niet aangeraden. (Grade 1A)
  • Informeer de zwangere (vanaf 28 weken) om bij verminderde (ten aanzien van het eigen beweegpatroon van de baby) of ophouden van de kindsbewegingen op controle te komen. (GPP)

Kan men screenen op vroegtijdige geboorte?

  • Er bestaan geen goede diagnostische screeningsmethodes om vroegtijdige geboorte te voorspellen. (Grade 1B)

Welke vaginale infecties actief screenen in de loop van de zwangerschap?

Groep B streptokokken (GBS)

  • Screen naar Groep B streptokokken (GBS) door middel van een vaginale en anorectale wisser tussen zwangerschapsweek 35 en 37. (Grade 2C)

Aspecifieke infectiescreening

  • Routinematige screening naar aspecifieke vaginale infecties of bacteriële vaginose is niet aangewezen. (Grade 1A)

Niet-medicamenteuze behandeling

Welke praktische adviezen geven in verband met levensstijl?

  • Rookstop:
    • benadruk de risico’s van roken voor het ongeboren kind en de mogelijke gevolgen van passief roken; (Grade 1A)
    • benadruk de voordelen van stoppen en verminderen in eender welk stadium van de zwangerschap; (Grade 1A)
    • blijf de rookstatus tijdens de gehele zwangerschap en zelfs erna bevragen en blijf advies en ondersteuning geven. (GPP)
  • Alcohol:
    • ontraad alcohol gedurende de hele zwangerschap. (Grade 2C)
  • Cannabisgebruik:
    • adviseer vrouwen geen cannabis te gebruiken tijdens de zwangerschap. (Grade 1B)

Welke praktische adviezen geven in verband met voeding?

  • Overweeg het ontraden van bepaalde voedingsmiddelen. (Grade 2C)
  • Overweeg bepaalde voorzorgsmaatregelen die voedselafhankelijke infecties kunnen voorkomen. (Grade 1C)

Welke praktische adviezen geven rond de preventie van infecties?

Hoe kan de zwangere een infectie met cytomegalovirus (CMV) voorkomen?

  • Raad hygiënische maatregelen aan in gezinnen met jonge kinderen. (Grade 2B)

Wat moet de zwangere doen die in contact komt met varicella?

  • Overweeg bij een niet-gekende of negatieve immuniteitsstatus een serumantistofbepaling. (Grade 2C)

Welke andere praktische adviezen zijn zinvol?

Wat zijn de risico’s tijdens reizen met het vliegtuig/de auto?

  • Adviseer zwangere vrouwen dat langeafstandsvluchten gepaard gaan met een verhoogd risico op veneuze trombose. (Grade 1C)
  • Informeer de zwangere vrouw dat het dragen van goed passende compressiekousen voldoende effectief is om het risico te verminderen. (Grade 1C)
  • Informeer zwangere vrouwen over het correct dragen van gordels (i.e. een driepuntsgordel boven en onder de buik, niet overheen). (Grade 1C)

Welk advies bij (risicovolle) sporten?

  • Geef zwangere vrouwen het advies dat het starten van of het voortzetten van matige fysieke activiteit tijdens de zwangerschap niet geassocieerd is met negatieve gevolgen, maar dat risicovolle activiteiten tijdens de zwangerschap mogelijke gevaren met zich meebrengen. (Grade 1B)

Wat zijn de risico’s van saunagebruik?

  • Ontraad saunabezoek tijdens de zwangerschap. (Grade 2C)

Wat zijn de risico’s tijdens seks?

  • Informeer zwangere vrouwen dat er geen risico’s gekend zijn, geassocieerd met seksueel contact tijdens de zwangerschap. (Grade 1C)

Wat te doen bij een herpesinfectie?

  • Vrouwen met een voorgeschiedenis van genitale herpes dienen ingelicht te worden over de zeer kleine kans op neonatale herpes wanneer ze herpeslaesies hebben tijdens de geboorte. (Grade 1B)

Wat is het belang van de bespreking van borstvoeding in de loop van de zwangerschap?

  • Geef desgewenst tijdens de zwangerschap borstvoedingseducatie. (Grade 2B)

Welke adviezen geven bij misselijkheid en braken?

  • Informeer de zwangere dat misselijkheid en braken meestal spontaan verminderen binnen de 16 tot 20 weken zwangerschap en dat deze niet geassocieerd zijn met een slechtere zwangerschapsuitkomst. (Grade 1C)
  • Voorzie de patiënte van (extra) informatie over alle vormen van zelfhulp en niet-medicamenteuze behandelingen met betrekking tot misselijkheid en braken. (Grade 1C)

Wat te doen bij pyrosis?

  • Controleer de bloeddruk en de urine op proteïnurie om pyrosis te onderscheiden van epigastrische pijn bij pre-eclampsie. (GPP)
  • Informeer de zwangere met pyrosis over algemene adviezen betreffende levensstijl en dieet. (GPP)

Welke adviezen geven bij obstipatie?

  • Geef de zwangere met obstipatie informatie over een aangepast dieet. (Grade 1A)

Wat te doen bij hemorroïden?

  • Geef dieetadvies bij zwangeren die last hebben van hemorroïden. (GPP)

Welke adviezen bij kuitkrampen?

  • Adviseer de zwangere regelmatig stretchoefeningen te doen. (GPP)

Welke aanpak adviseren bij varices?

  • Adviseer de zwangere dat varices vaak voorkomen tijdens de zwangerschap, geen problemen geven en dat steunkousen de klachten doen verminderen. (Grade 1A)

Wat is bekkeninstabiliteit en wat te adviseren?

  • Adviseer de zwangere specifieke oefeningen via een kinesist of fysiotherapeut die gespecialiseerd is in bekkeninstabiliteit. (Grade 1B)

Welke adviezen geven bij rugpijn?

  • Adviseer de zwangere te zwemmen, massage toe te passen of rugschool te volgen (individueel of in groep). (Grade 1B)

Wat te doen bij het carpaletunnelsyndroom?

  • Raad een conservatief beleid aan bij carpaletunnelsyndroom tijdens de zwangerschap. (Grade 2C)

Medicamenteuze behandeling

Welk beleid volgen bij anemie?

  • Behandel een verlaagd ferritine met ijzersuppletie en controleer het Hb-gehalte na 4 weken. (Grade 1A)

Welk beleid volgen bij asymptomatische bacteriurie (ASB)?

  • Behandel asymptomatische bacteriurie (ASB) volgens de resultaten van de cultuur. (Grade 1B)

Welk beleid volgen bij misselijkheid en braken?

  • Indien de zwangere toch opteert voor medicatie, kunnen H1-antihistaminica veilig worden gebruikt tijdens de zwangerschap. (Grade 1A)

Welk beleid volgen bij pyrosis?

  • Opteer bij onvoldoende effect van de algemene adviezen voor medicamenteuze symptomatische behandeling met: 
    • antacida, (Grade 1A)
    • ranitidine, (Grade 1B)
    • protonpompinhibitor. (Grade 1B)

Welk beleid volgen bij hemorroïden?

  • Schrijf zo nodig een aambeiencrème voor als de klachten te hinderlijk blijven. (GPP)

Welk beleid volgen bij kuitkrampen?

  • Adviseer de zwangere regelmatig stretchoefeningen te doen. Indien de krampen te hinderlijk blijven, kan een proeftherapie met magnesium gegeven worden. (GPP)

Welk beleid volgen bij bepaalde vaginale infecties in de loop van de zwangerschap?

Wat te doen bij een herpesinfectie (HSV)?

  • Bij een primaire infectie met het herpes simplex-virus (HSV) rond het tijdstip van de bevalling, of vanaf 6 weken voor de berekende bevallingsdatum, wordt een keizersnede aangeraden; dagelijkse suppressieve therapie met aciclovir vanaf de 36e zwangerschapsweek wordt niet aangeraden. (Grade 1B)
  • Vrouwen met een recidiverende genitale herpes kunnen overwegen om vanaf week 36 tot de bevalling dagelijks suppressief aciclovir 400 mg 3 x per dag of valaciclovir 500 mg 2 x per dag te nemen. (Grade 2C)
  • Routinematige profylaxe wordt niet aangeraden. (Grade 1A)
  • Een keizersnede wordt niet routinematig aangeraden bij vrouwen met een voorgeschiedenis van herpes simplex. (Grade 1B)

Wat te doen bij een humaan papillomavirus (HPV)-infectie?

  • Routinematig aanbieden van een keizersnede wordt niet aangeraden bij genitale condylomata. (GPP)

Wat te doen bij een candida-infectie?

  • Overweeg bij een symptomatische candida-infectie een behandeling van één week met een lokaal imidazoolpreparaat. (Grade 2A)

Wat te doen bij een trichomonasinfectie?

  • Overweeg metronidazole in een eenmalige dosis bij een symptomatische trichomonas-infectie na het eerste trimester. (Grade 2B)

Wat te doen bij een bacteriële vaginose?

  • Overweeg zo nodig een behandeling van symptomatische bacteriële vaginose met metronidazole per os 250 mg 3 x/dag, gedurende 7 dagen. (Grade 2B)

Wat te doen bij een chlamydia-infectie?

  • Geef bij een symptomatische chlamydia-infectie tijdens de zwangerschap gedurende 7 dagen amoxicilline 3 x 500 mg/d. (Grade 1A)

Welk advies geven in verband met extra vitaminen/mineralen ?

  • Beveel de inname van 400 µg foliumzuur per dag aan vanaf de zwangerschapswens tot op het einde van de 12e week van de zwangerschap. (Grade 1A)
  • Ontraad routinematig gebruik van ijzerpreparaten. (Grade 1A)
  • Overweeg vitamine D-toediening bij zwangere vrouwen uit de risicogroepen. (Grade 2B)

Welke vaccinaties zijn aanbevolen tijdens de zwangerschap?

  • Raad influenzavaccinatie aan vanaf het tweede trimester van de zwangerschap. (Grade 1B)
  • Raad pertussisvaccinatie aan tussen 24 en 32 weken zwangerschap. (Grade 1C)

Praktijkvoering

  • Een laagrisicozwangerschap kan in de eerste lijn opgevolgd worden. (Grade 1A)

Follow-up

Welke follow-up biedt de huisarts tijdens de zwangerschap?

  • Voor een nullipara met een laagrisicozwangerschap wordt een schema van tien consultaties aanbevolen. (Grade 1B)
  • Voor een multipara met een laagrisicozwangerschap volstaat een schema van zeven consultaties. (Grade 2B)

Doorverwijzing

Wanneer verwijst de huisarts door?

Irreguliere antistoffen

  • Verwijs in geval van aanwezigheid van irreguliere antistoffen naar een gespecialiseerd centrum voor verder onderzoek en advies betreffende de verdere opvolging van de zwangerschap. (GPP)

Cytomegalovirus (CMV)

  • Verwijs beroepsactieve zwangere vrouwen uit risicopopulaties door naar de dienst voor preventie en bescherming op het werk. (Grade 1C)

Varicella

  • Overweeg eventueel verwijzing voor toediening van immunoglobulinen binnen de 96 uur na blootstelling indien de serumtesten negatief of ongekend zijn. (Grade 2C)

Prenatale screening

Wat te doen bij positieve screening?

  • Verwijs bij positieve screening zo snel mogelijk door naar de tweede lijn. (GPP)

Wat te doen bij zwangerschapsdiabetes?

  • Verwijs naar de endocrinoloog bij afwijkende OGTT. (GPP)

Welke diagnostische invasieve testen bij positieve screening en wat zijn de risico’s?

  • Verwijs zwangeren met een positieve screening zo snel mogelijk door voor invasieve diagnostiek. (Grade 2C)
  • Leg uit dat deze procedures gepaard gaan met een extra risico op een miskraam. (Grade 1C)

Wat te doen bij zwangerschapshypertensie en/of proteïnurie?

  • Verwijs voor medicamenteuze behandeling bij twee opeenvolgende metingen van >160 mmHg met een interval van minstens 4 uur. (Grade 1B)
  • Verwijs de patiënte wanneer er sprake is van significante proteïnurie. (GPP)
  • Verwijs onmiddellijk bij patiënten met bloeddrukken van >160 mmHg/110 mmHg én proteïnurie en/of alarmsymptomen. (GPP)

Moet men verwijzen voor een CTG (cardiotocografie) bij de opvolging van een normale zwangerschap?

  • CTG is niet nodig ter opvolging van het foetale welzijn in een normaal verlopende zwangerschap. (Grade 1A)

Welke klachten doen vroegtijdige geboorte vermoeden?

  • Vermoed (vanaf 18-20 weken) vroegtijdige geboorte bij:
    • pijn in de onderbuik en/of lage rug, al dan niet met krampen en/of druk naar onder in het bekken,
    • toename van vaginaal verlies,
    • bloeding,
    • verlies van vruchtwater. (GPP)
  • Verwijs de patiënte bij deze symptomen naar een gynaecoloog. (GPP)

Welk beleid voeren bij vaginaal bloedverlies?

  • Stuur door bij spoedeisende situaties (Extra-Uteriene Graviditeit (EUG) en instabiele patiënte) en bij vaginale bloeding vanaf 20 weken. (Grade 1C)
  • Bij een stabiele patiënte met vaginaal bloedverlies zonder EUG en met aanwezige foetale harttonen voor 20 weken zwangerschap wordt een afwachtend beleid aangeraden. Informeer de patiënte over de kansen van miskraam/intacte zwangerschap. Bespreek de mogelijkheid tot echografie. (GPP)
  • Indien de patiënte een afwachtend beleid verkiest of wanneer echografie nog niet nuttig is, overweeg seriële opvolging van serumbepaling van beta-hCG. (Grade 1C)

Echografie

Op welk tijdstip en waarom een echografie plannen bij de opvolging van de foetus in het tweede en derde trimester?

  • Bied elke zwangere een echografie aan vóór 24 weken om de foetus na te kijken op structurele afwijkingen. (Grade 1A)
  • Bied de zwangere vrouw een echografie aan in het derde trimester (rond 30 weken) om laag geboortegewicht op te sporen. (Grade 1C)

Wat is de waarde van een echografische meting van de baarmoederhals?

  • Overweeg echografische meting van de cervix bij zwangeren met klachten die kunnen passen bij vroegtijdige geboorte. (Grade 2C)
  • Beveel het onderzoek niet aan voor screening in een laagrisicopopulatie. (Grade 1A)