Preventie van letsels ten gevolge van vallen bij 65-plussers

Gevalideerd onder het nummer 2001/05

Auteurs: Arlette Wertelaers, Frans Govaerts
ICPC A98

Het voorkomen van valincidenten en fracturen levert zonder twijfel gezondheidswinst op, maar is  complex en kan enkel in een multidisciplinaire context gerealiseerd worden. De praktijkrichtlijn van het ‘Expertisecentrum Val- en Fractuurpreventie Vlaanderen’( EVV) gaf nog onvoldoende houvast in de praktische aanpak.

  • Elke val bij de bejaarde kan de eerste zijn van een reeks valincidenten, voorboden van een snelle achteruitgang of een naderend einde. Elke val van een oudere moet worden beschouwd als een alarmsignaal van een mogelijke onderliggende aandoening.
  • Een preventief beleid ten aanzien van vallen moet gebaseerd zijn op de kennis van de significante risicofactoren. De huisarts moet de voor de val relevante risicofactoren opsporen en een aangepast beleid opstellen. Preventieve maatregelen zijn zinvol maar daarbij moet steeds worden rekening gehouden met de specifieke omstandigheden van de patiënt en diens levenskwaliteit. De huisarts moet steeds een afweging maken tussen wat noodzakelijk, zinvol, haalbaar en verantwoord is.
  • De huisarts moet systematisch aandacht hebben voor valpreventie bij iedere oudere die consulteert naar aanleiding van een val en bij iedere oudere die behoort tot de groep kwetsbare ouderen.
  • Bij de groep kwetsbare ouderen kan de huisarts aan de hand van enkele screenende vragen en de ‘get up and go’-test het valrisico goed inschatten.

Maatregelen die de huisarts kan nemen bij verhoogd risico

  • Op de eerste plaats is er aandacht voor aanwezige intrinsieke risicofactoren:
    • opsporing en behandeling van risicobepalende aandoeningen
    • interventies ter verbetering van gang, evenwicht en spierkracht
    • herziening van de medicatie.
  • Maar ook een gezonde dosis aandacht voor extrinsieke factoren mag niet ontbreken:
    • veiligheid van de omgeving
    • aanpassing van schoeisel
    • gebruik van (loop-) hulpmiddelen
    • instructies met betrekking tot valbrekende technieken en opstaan na een val.
  • Bij ouderen die veelvuldig vallen en vaker een fractuur ten gevolge van een val hebben gehad, ligt het accent meer op de begeleiding van valangst, het aanbieden van contact aan eenzame geïsoleerde ouderen en sociale centrale alarmering. Ook revalidatieactiviteiten ten behoeve van ouderen die een valletsel hebben gehad, behoren hiertoe.
  • Voor een goede uitvoering van preventieve interventies is de medewerking van de thuisverpleging en thuiszorg onontbeerlijk. De inschakeling van kinesisten en ergotherapeuten zal in een aantal gevallen nodig zijn. De haalbaarheid van een preventieve aanpak wordt uiteraard mee bepaald door het opvolggedrag van ouderen met betrekking tot gegeven adviezen en voorgestelde maatregelen.