De patiënt met overgewicht of obesitas kan zich op verschillende manieren op de raadpleging presenteren:
Ook voor de arts kan de klacht ‘dikker worden’ of ‘te dik zijn’ heel verschillende betekenissen hebben. Eigen normen en waarden spelen met betrekking tot de aanpak van overgewicht een essentiële rol (22).
Het is in het begin van de consultatie van groot belang dat de huisarts achterhaalt in welke mate de patiënt gemotiveerd is om te veranderen. De aanpak van gewichtsproblemen vergt immers een grote inzet van de patiënt (dieet, leefstijlveranderingen, medicatie enzovoort). Enkele centrale vragen vanuit de klinische psychologie kunnen hierbij helpen (23):
Deze vragen zijn verder ook zeer geschikt om de patiënt aan te sporen om de eigen gezondheidstoestand te evalueren en vooral om diens zelfmotiverende uitspraken te bekrachtigen (24).
Verschillende theorieën uit de gezondheidspsychologie brachten motivationele modellen aan (bijvoorbeeld het ‘Health Belief Model’ van Taylor, 1990) (25). Een erg bekend en bijzonder bruikbaar model is dat van Prochaska & DiClemente (1986). Dit model beschrijft motivatie in aflijnbare stadia. Deze stadia bieden de arts een uitstekende hulp om de motivatiegraad van zijn patiënt in te schatten. Bovendien geeft het de arts aanwijzingen om de geschikte interventie te kiezen op maat van de individuele patiënt (zie tabel 1).
Tabel 1: Fasen van gedragsverandering.| Fase | Kenmerk | Actiebereidheid | Mogelijke interventie |
| Voorbeschouwende fase | Een persoon in dit stadium overweegt helemaal geen verandering en ziet zijn gedrag niet als een probleem (hij is te weinig geïnformeerd over de gevolgen of uitgeblust door de vele pogingen?) | De patiënt is niet van plan om actie te ondernemen in de nabije toekomst (zes maanden) | Verhoog het inzicht via gepersonaliseerde informatie |
| Beschouwende fase | De persoon erkent het probleem, maar staat nog erg ambivalent tegenover veran-dering. Hij is zich wel meer bewust van de voordelen van verandering, maar ziet ook veel nadelen | De patiënt denkt wel aan veranderen, maar dan in de nabije toekomst (zes weken) | Bespreek voor- en nadelen van verandering en verhoog het zelfvertrouwen van de patiënt om de nodige gedragsverandering te kunnen realiseren |
| Beslissingsfase | De patiënt maakt een plan op. Het is mogelijk dat hij al wat aan het experimenteren is met kleine veranderingen. Er bestaat nog steeds een zekere mate van ambivalentie | De patiënt maakt zich klaar voor verandering, meestal binnen de maand | Stel een concreet plan op met een realistisch doel en ondersteun kleine veranderingen bij de patiënt |
| Actiefase | De persoon in dit stadium verandert specifiek en openlijk zijn leefstijl. Dit gedrag is duidelijk observeerbaar | De patiënt is geëngageerd in een actieplan | Verwijs door voor voedingsadvies en gedragsverandering en bied zelfhulpmateriaal, medicatie en dergelijke aan |
| Onderhoudsfase | Het nieuwe gedrag krijgt een plaats in het leven van de persoon. Verandering van eetgedrag en gewichtsdaling zijn ontstaan. Het gewichtsbehoud wordt een nieuw doel | De patiënt is geëngageerd in een actieplan | Leer de patiënt probleemoplossend gedrag aan, zodat hij leert anticiperen op moeilijkheden |
| Hervalfase | Herval is altijd mogelijk en is eerder de regel dan de uitzondering | De patiënt gaat gemiddeld zes keer door de fasen van verandering, vooraleer een stabiele verandering tot stand is gekomen | Ondersteun het zelfvertrouwen van de patiënt en geef inzicht in de aanleidingen tot herval |
Om een persoon tot verandering te motiveren, is het van belang hem aan te spreken op een manier die aangepast is aan het motivationele stadium waarin hij zich bevindt. In dit model betekent motiveren dus niet de patiënt confronteren met de gevolgen van zijn gedrag (26) of hem overtuigen om zijn gedrag te veranderen. Het komt erop neer de patiënt mee te helpen evolueren naar een meer actieve fase van gedragsverandering. Vooral patiënten in de eerste motivatiestadia (voorbeschouwend en beschouwend) zijn een grote uitdaging voor de huisarts. Het heeft weinig zin om aan een persoon in de voorbeschouwende fase een dieet of medicatie voor te schrijven (27). Bij patiënten in de beslissingsfase wordt het motiveren om een haalbaar (gewichts)doel te behalen voor de huisarts de belangrijkste, maar even moeilijke opdracht. Het op gang brengen van dit motivationele proces gebeurt het best in verschillende consultaties.
Voor sommige patiënten is de steun van de omgeving (partner en andere gezinsleden) van groot belang. De arts kan ook hen aansporen om een positieve, steunende houding aan te nemen tegenover de persoon die wil vermageren.