Richtlijnen

Waardering:  / 0
Zwak Zeer goed 

Het biopsychosociaal depressiemodel gaat ervan uit dat bij kwetsbare personen meerdere soorten uitlokkende factoren een negatieve spiraal in gang kunnen zetten die tot een manifeste depressie leidt. Programma’s, maar ook individuele hulpverleners zoals huisartsen, kunnen door op deze factoren actief in te grijpen, een depressie waarschijnlijk voorkomen (148). Dit kan enerzijds door de weerbaarheid te helpen opbouwen en/of steunende netwerken te helpen instandhouden en anderzijds door mogelijke uitlokkende factoren te helpen relativeren, aanvaarden en er beter mee te leren omgaan. Een aantal globale risicofactoren zijn uit bevolkingsstudies gekend (149).

Een eerste – zelfs lichte – depressie moet als een belangrijk signaal beschouwd worden. Ze toont aan dat bij deze persoon kwetsbaarheid voor depressie bestaat. Sommigen riskeren later te recidiveren. Het is belangrijk dat actieve stimulering van weerbaarheid en risicoreductie nagestreefd worden.

Om depressie te voorkomen wordt de volgende ‘preventieve’ strategie aanbevolen (150):

  • Identificeer binnen de eigen praktijk personen met een hoog risico zonder dat er sprake is van depressie (‘selectieve preventie’). Denk hierbij aan:
    • levensfaseproblemen (zwangerschap, menopauze),
    • ouderen en chronische zieken,
    • rouw,
    • middelengebruik,
    • slaapproblemen en angst,
    • elk acuut traumatisch gebeuren (ongeval, acute psychische stress, privé of op het werk).
  • Leer patiënten het verband tussen stresserende situaties en aanslepende klachten te zien en leer hen deze te hanteren.
  • Neem zelf de therapeutische begeleiding ernstig bij verliessituaties of weerbaarheidsverminderende omstandigheden, ook als er (nog) geen tekenen van depressie zijn. Verwijs indien nodig naar een gepaste hulpverlening.
    • Verminder de potentieel uitlokkende factoren door bijvoorbeeld:
      • een adequaat symptoommanagement, bijvoorbeeld bij de aanpak van chronische pijn, de aanpak van slapeloosheid of bij problemen van het climacterium;
      • de afbouw van benzodiazepines en middelengebruik;
      • in samenspraak met de arbeidsgeneeskundige dienst in de werksituatie in te grijpen;
      • een aangepaste ondersteuning bij spanning in het gezin;
      • kwetsbaarheden, beperkingen en chronische problemen te helpen aanvaarden en te hanteren;
      • psychotherapeutische ondersteuning te geven bij traumaverwerking (‘posttraumatisch stresssyndroom’).
    • Verhoog beschermende factoren door bijvoorbeeld:
      • lichamelijke activiteit te adviseren;
      • het functioneren van het gezin te ondersteunen;
      • een gepaste begeleiding op te zetten voor meer contacten en sociale omkadering;
      • een positief zelfbeeld te bevorderen;
      • het probleemoplossend vermogen te helpen verhogen;
      • actief samen te werken met lokale sociale dienstverlening, in het bijzonder in achtergestelde buurten waar het voorkomen van depressie sterk verhoogd is (151).

U moet aangemeld zijn om reacties te kunnen plaatsen.


rnevden eve nakliyatrnescort bayanrnsu kacagirncast ajansrnhp bilgisayar servisirn