Waardering:  / 0
Zwak Zeer goed 

Op dit ogenblik zijn er drie samenwerkingsprojecten, ontstaan in de schoot van EGPRN: een netwerk dat werkt rond huisartsencapaciteit in Europa ('The WoManpower project'), een netwerk rond medische besliskunde en het 'pluis/niet-pluis' gevoel (gut feelings - 'COGITA group') en de groep rond multimorbiditeit en depressie (Family Practice Depression and Multimorbidity - 'FPDM group').

Deze groepen hebben een startfonds gekregen van EGPRN.

Daarnaast participeren onderzoeksinstituten ook mee in andere Europese onderzoeksnetwerken zoals GRACE en TRANSFoRm. In de toekomst moet de nadruk nog meer gelegd worden op het uitschrijven van gemeenschappelijke onderzoeksprojecten.

De outcome van de laatste jaren was vooral gefocust op de ontwikkeling van de onderzoeksagenda, het publiceren van artikels en presentaties.
Dit najaar werd de tweejaarlijkse ontmoeting georganiseerd in Krakau, de tweede grootste stad van Polen en cultuurstad (ook wel het Florence van Polen genoemd) met als thema 'Infectious Diseases in Primary Care; Managing the interface between the person and the community'. De focus lag op infectieziekten en meer bepaald op het voorschrijfgedrag van huisartsen en de gevolgen hiervan voor de toekomst.

Belangrijkste bevindingen

Huisartsen zijn verantwoordelijk voor 90% van de antibioticavoorschriften. Er is een grote variatie in dit voorschrijfgedrag. Beide keynote sprekers, Prof. Dr. Samuel Coenen en Prof. Waleria Hryniewicz, gaven een niet mis te verstane boodschap over het rationeel voorschrijven van antibiotica.

In Scandinavische landen worden minder antibiotica voorgeschreven en indien de collega's een voorschrift afleveren dan is dit veel meer het correcte antibioticum penicilline in plaats van breedspectrum antibiotica zoals macroliden of chinolonen. Terecht zo blijkt. Azitromycine levert bij patiënten gedurende een jaar resistente kiemen, terwijl de resistentie bij correct gebruikte antibiotica zoals amoxicilline na enkele weken verdwijnt. In België is het aantal voorgeschreven antibiotica de laatste jaren in belangrijke mate gedaald. Maar toch zijn we zeker nog geen modelvoorschrijvers. Volgens onderzoek van Philippe Ryckebosch blijkt dat huisartsen in de wachtposten te vaak antibiotica voorschrijven bij banale verkoudheden. We bereiken geen enkele doelstelling voor correct voorschrijfgedrag rond antibiotica. Voor patiënten met urineweginfectie bereiken we wel de target van 95% voorschriften, maar als het om de juiste keuze van het antibioticum gaat, doen we het veel minder goed. Beduidend meer dan de door ESAC voorgestelde maximum 5% aan voorschriften met chinolonen worden afgeleverd door huisartsen. Oudere collega's schrijven veel meer foute antibiotica voor dan haio's. Het voorschrijfgedrag van de haio's is veel meer onderbouwd door de richtlijnen.

Stefan Heytens sprak over de brede symptomatologie van cystitis bij ongecompliceerde urineweginfecties. Hij vond geen directe relaties tussen de bacteriurie en de ernst van de symptomen – noch de aard van de klachten noch de duur kunnen het antibioticabeleid sturen.

Barbara Michiels bracht dan weer onderzoek over klinische tekens om influenza te onderscheiden van andere infecties. Het onderzoek is gebaseerd op gegevens vanuit de Belgische peilpraktijken en toont aan dat het uitsluiten van influenza (afwezigheid van hoesten en koorts) gemakkelijker is dan een influenza aan te tonen (vorige contacten met influenza, hoesten, koorts en expectoratie de eerste dag).

Daarnaast waren er ook twee Vlaamse studenten, die voor de eerste maal voor het internationaal voetlicht traden. Jozien Meijaard en Camilla Antonneau, beiden masterstudenten, presenteerden de resultaten van hun werk in de wetenschappelijke lijn. Jozien deed kwalitatief onderzoek met interviews bij vrouwen, die een abortus ondergingen. Het doel van haar onderzoek was de rol van de huisarts na te gaan. Huisartsen moeten in de eerste plaats tonen dat ze competent zijn in deze materie. Een betere kennis over anticonceptie en een adequate verwijzing voor abortus zijn belangrijker dan een langdurige arts-patiënt relatie. Een te nabije relatie is trouwens eerder bedreigend. Patiënten schamen zich dan voor deze gevoelige materie of voor een gynaecologisch onderzoek en hebben angst voor het accidenteel schaden van het beroepsgeheim. Hoe nauwer de band van de huisarts met de familie, hoe groter het risico.

Camilla deed onderzoek naar de kennis en attitude van huisartsen ten opzichte van hepatitis C screening. Ze legde 181 huisartsen een casus voor en vroeg op welke infectieziekten (soa's) de huisartsen zouden screenen. Slechts 25% zou bij MSM (mannen die seks hebben met mannen) screenen op hepatitis C en slechts 18% bij LGV (Lymphogranuloma venereum) terwijl beide aandoeningen toch erg in opmars zijn in het homomilieu.

Waalse collega Marc Vanmeerbeek zocht via interviews bij huisartsen naar positieve of negatieve factoren voor het uitvoeren en integreren van preventie in de huisartspraktijk.

Tot slot bracht Paul Van Royen een presentatie over het Europees gefinancierd onderzoekproject TRANSFoRm. Dit heeft als voornaamste doel een platform te ontwikkelen om de elektronische uitwisseling van gezondheidsgegevens tussen huisartsen en wetenschappelijke onderzoekers te faciliteren. Modellen worden uitgewerkt waardoor gegevensdeling en uitwisseling eenvoudiger worden met respect van regels qua databeheer en beveiliging, wetgeving en ethiek. Momenteel wordt samenwerking gezocht met partners, zowel verantwoordelijken van databases, software voor EMD's en onderzoeksnetwerken, over heel Europa.

Lieve Peremans

De volgende meeting heeft plaats in Ljubljana van 10 tot en met 12 mei 2012 met als thema Quality improvement in the care for chronic diseases in the family practice with contributions from education and research. Deadline voor abstracts is 15 januari 2012.

Houdt alvast uw agenda vrij voor de 75ste meeting in Antwerpen van 18 tot en met 20 oktober 2012). We vieren dan ook het 40-jarig bestaan van het centrum voor huisartsgeneeskunde van de Universiteit Antwerpen. Het thema is: Research on patient-centred interprofessional collaboration in primary care. Deadline voor abstracts is 30 juni 2012.

U moet aangemeld zijn om reacties te kunnen plaatsen.


rnevden eve nakliyatrnescort bayanrnsu kacagirncast ajansrnhp bilgisayar servisirn