Kenmerkend voor een Medisch Psychologisch Weekend van Domus Medica is dat het zich telkens buiten de paden van het gangbare medisch discours begeeft. Daardoor krijgen de toehoorders een heel pak nieuwe informatie te verwerken. Dat schikt zich echter doorheen het weekend in die mate dat je op maandag je werk hervat met een nieuw inzicht en met een verscherpte waarnemingszin. De 42e sessie was daar geen uitzondering op.
‘Wat gebeurt er allemaal wanneer biologische ouders gaan scheiden?’ was ditmaal het thema. Scheiden gebeurt vaak: een kwart van de 15- tot 24-jarigen heeft de breuk thuis meegemaakt en wanneer mensen vandaag trouwen, dan is hun kans groter dat ze later scheiden dan dat ze blijvend samenwonen. Hoe het zo ver gekomen is, leerde de eerste voordracht van Jos Willems, die ons in vogelvlucht een beeld gaf van de historiek van het samenleven tussen partners. Het ‘romantische huwelijk’, trouwen uit liefde wat nu gangbaar is, kwam er pas met de opkomst van de burgerij zo’n tweehonderd jaar geleden en is nu dus over zijn hoogtepunt heen. Het huwelijk vormt daarom niet zozeer de basis van de maatschappij dan wel zijn het maatschappelijke structuren die de vorm en de stabiliteit van het huwelijk bepalen.
Waartoe maatschappelijke veranderingen geleid hebben in de relaties tussen partners en tussen ouders en kinderen, komt naar boven uit sociologisch onderzoek in Nederland en België dat respectievelijk besproken werd door Ed Spruyt (www.scheidingskinderen.nl) en door Piet Bracke (www.scheidingsonderzoek.be). België staat bijna aan de top in Europa met 2,9 scheidingen/jaar/1000 inwoners (Nederland: 2). Uit het onderzoek van Ed Spruyt blijkt dat hierin chronische ruzie tussen de ouders de belangrijkste ontregelende factor voor de kinderen wordt. Dit kan bij hen leiden tot vijf groepen van problemen: externaliserend gedrag (bv. agressie, criminaliteit), internaliserend gedrag (bv. angst, depressie), verminderde schoolprestaties, riskante gewoontes (drugs, alcohol) en relationele problemen.
Het IPOS-onderzoek, waar Piet Bracke naar verwees, toont dat hoewel de meeste mensen eerst hun huisarts contacteren met echtscheidingsproblemen, hun ontevredenheid (30%) het hoogst scoort bij de huisarts in vergelijking met therapeuten en psychiaters. Misschien vormt dit een aanwijzing voor ons om hier multidisciplinair te werken, waarbij de tip werd gegeven om een beroep te doen op de Belgische Vereniging voor Relatietherapie, Gezinstherapie en Systeeminterventie: www.bvrgs.be. Een troost: wat later bleek dat het niet-slagen van de interventies door een jeugdrechter geschat wordt op 95%!
Scheiding is een proces, dat verloopt over jaren en dat verschillende stadia passeert. Anouk Moors onderscheidde er zeven en liet ze de revue passeren. Met scheiden is er dus werk voor de boeg, het is een vorm van rouwarbeid voor alle betrokkenen waarbij dit proces bij meer dan tien procent slecht afloopt. Risicofactoren zijn o.a. lagere sociale klasse, minder overleg en communicatievaardigheid en het gevoel geen controle te hebben over de situatie.
Kinderen kiezen niet voor de scheiding van hun ouders, zij zijn daarenboven het kwetsbaarst in deze situatie. Dit beter te begrijpen leerde de voordracht van May Michielsen. De kernwoorden waren ‘hechting’ en ‘loyaliteit’. Hechting heeft met onze vroegste gevoelens van veiligheid te maken. Loyaliteit betreft het omgaan van het kind met complexe relaties en hoe een kind daarbij keuzes maakt. May Michielsen maakte hierbij dankbaar gebruik van de inzichten van het werk van Catherine Ducommon-Nagy van wie zij het boek ‘Van onzichtbare naar bevrijdende loyaliteit’ vertaalde. De aanwezigen kregen een documentaire te zien waarin de loyaliteit van een jongen tegenover zijn gescheiden ouders treffend te zien was. Ten slotte leerde zij ons kennismaken met de begrippen ‘gespleten loyaliteit’, ‘onzichtbare loyaliteit’ en ‘uitputtende loyaliteitsconflicten’ om vandaaruit de aanwezige huisartsen enkele handzame tips mee te geven.
Het is vanzelfsprekend dat ontsporingen vlugger zullen voorkomen bij KOPP-kinderen: ‘Kinderen van Ouders met Psychiatrische Problematiek’. Dat was dan weer een inzicht uit de voordracht over ‘Gezinnen in transitie’ van Griet Demeter. ‘Transitie’ betekent: overgang, maar ook ‘veranderen van toon’. Echtscheidingen leiden tot nieuwe gezinsvormen: eenoudergezinnen en co-ouderschap, samen reeds 20% van de gezinsvormen in België. Daarnaast zijn er nieuwe gezinsvormen ontstaan, zoals kinderen in een holebigezin.
Hoe een transitie tot ongemak leidt, werd door het publiek zondagmorgen concreet ervaren door middel van een legospel, ingezet door Magda Hengst. Eerst moest je voor jezelf, na enige concentratie, met blokjes een gezinssituatie aan tafel uitbeelden en het eerste woord dat je hierbij te binnenschoot noteren. Vervolgens dienden de toehoorders deze oefening met een buur te herhalen door samen de situatie van een samengesteld gezin te vormen. Bij de eerste situatie kwamen woorden als ‘harmonie’ en ‘warmte’, bij de tweede situatie ‘weerstand’, ‘chaos’, ‘boosheid’.
Dit spel dat de toehoorders eerst onwennig maakte, stelde hen echter op scherp voor de vijf bouwstenen voor een geslaagd nieuw samengesteld gezin dat zij vervolgens besprak: afscheid nemen (o.a. door het inbouwen van rituelen), aanpassen van de verwachtingen, een nieuwe plek in het nieuw samengesteld gezin innemen, het koesteren van de verschillen en streven naar een wederzijdse acceptatie van stiefouder- en stiefkinderen. Je houdt er het best rekening mee dat spanningen zullen blijven bestaan: daarom misschien toch beter de bescheiden term ‘stiefouder’ hanteren in plaats van ‘plusouder’.
Lieve Swinnen exploreerde de term ‘veelzijdige partijdigheid’ als wenk voor de hulpverlener. Belangrijk is daarnaast dat wij oog leren krijgen voor de veerkracht van een kind en deze mee helpen te beschermen en te ontwikkelen. Relevant waren ook haar opmerkingen over de risico’s van de verblijfsregeling van kinderen in geval van co-ouderschap. Voor kinderen tot drie jaar is bilocatie niet goed: hier moet namelijk de hechting nog ontwikkeld worden. In de leeftijd van drie tot zes is de duur van telkens een week veel te lang. Lage schoolkinderen zitten met een ‘loyaliteit tot en met’ die daardoor heel kwetsbaar is. Pubers hebben dan weer een houding van ‘laat me met rust!’ Bij adolescenten, ten slotte, is het belangrijk dat zij ruimte krijgen voor hun eigen ontwikkeling.
Stefaan Oplinus sloot als jeugdrechter de reeks voordrachten af. Hij gidste ons kort in de complexe juridische wereld die bij elke scheiding ontstaat. Zolang kinderen minderjarig zijn, blijft trouwens een bemoeienis van de jeugdrechter aanwezig. Aan artsen gaf hij de volgende raad: bij het opstellen van een omstandig medisch verslag moet de arts zijn onafhankelijkheid vooropstellen en rekening houden dat alles in de rechtspraak tegensprekelijk is. Dit wil zeggen dat alles door de tegenpartij aangevochten moet kunnen worden. Bij het opstellen van een medisch verslag is het daarnaast belangrijk dat je als arts een onderscheid maakt tussen wat je objectief waarneemt en datgene wat je wordt meegedeeld. Je stelt bijvoorbeeld een hematoom vast en meldt: ‘De moeder zegt dat het ontstaan is tijdens het verblijf bij de vader in het stiefgezin.’
Dit en zoveel méér kwam ter sprake. Tijdens een Medisch Psychologisch Weekend komt er meestal een ‘waaw-moment’ omdat een spreker extra indruk op je maakt. Ook nu was dat zo. In het verlengde daarvan ligt het besef dat je na zo’n weekend de vermelde problematiek van scheiding en nieuw samengestelde gezinnen met een ander oog zult bekijken, wellicht professioneler.
Niet alleen de voordrachten gaven opnieuw blijk van de intelligente en zorgvuldige voorbereiding door de Commissie Psychosociale problematiek. Er waren ook de boekenstand met haar aangepaste keuze, de kinderopvang, de muzikale en poëtische tussendoortjes … Ten slotte kun je in de pauzes vernemen waar collega’s mee bezig zijn. Zo hoorde ik iemand vertellen hoe zij een fietscursus voor Marokkaanse vrouwen organiseerde en vertelde mij een andere collega hoe zij zorg gaf aan mensen die op geen enkele manier in orde zijn met de ziekteverzekering: hoe de verscheidenheid tussen artsen bijzondere vormen kan aannemen!
Iedere deelnemer kreeg het boek ‘Een nieuw gezin, een nieuwe kans’ van Jos Willems op het einde mee. Eén deelnemer won een bloeddrukmeter en één deelnemer ging naar huis met drie kunstbeeldjes. Die waren geveild voor het ‘Ruchika-project’ in India, dat trouwens ook met een verkoopstand vertegenwoordigd was.
Wat wordt het volgend jaar?
Tom Jacobs