Draaiboek voor praktijkovername Afdrukken

Een huisartsenpraktijk overnemen

De meeste pas erkende huisartsen stappen in een reeds bestaande associatie of groepspraktijk of associëren zich met een reeds gevestigde soloarts. Nochtans zijn er nog steeds huisartsen die het werken in een solopraktijk verkiezen boven het werken in groep. Bovendien is het solo werken anno 2010 niet meer hetzelfde als het solo werken twintig jaar geleden.

Er zijn de goed uitgebouwde weekend- én weekwachten, er zijn netwerken waarbij men als solopraktijk makkelijk kan aansluiten of er zelf één oprichten, er is de secretariaatsondersteuning…

Het opstarten van een huisartsenpraktijk is nog steeds niet eenvoudig. Ook al is er zogezegd een schaarste aan huisartsen in bepaalde regio’s, het uit de grond stampen van een nieuwe praktijk vergt grote inspanningen: er is de grote beschikbaarheid, de hoge kost en het aanvankelijk lage inkomen.

Patiënten blijven trouw aan hun huisarts. Het GMD-systeem versterkt deze tendens. Of die huisarts overwerkt is of zijn praktijk stilaan wil afbouwen, deert de patiënten niet. Ze kiezen niet zonder meer voor een andere, jonge (en in hun ogen dikwijls onervaren) huisarts.

Naast de investeringslast die gepaard gaat met de inrichting van een kabinet, is er de inkomensderving. Een solostartend huisarts verdient de eerste jaren, zeker in vergelijking met zijn collega die in een associatie gestapt is, beduidend minder.

Indien men van meet af aan zeker wil zijn van een bepaalde hoeveelheid werk en dus inkomen, blijft het bijgevolg zinvol om een bestaande huisartsenpraktijk over te nemen.

Een andere interessante denkpiste is het overnemen van een drukke, bestaande praktijk door twee jonge huisartsen samen: op die manier worden de voordelen van een overname én de voordelen van samenwerken gecombineerd. De jonge artsen kunnen zelf hun manier van werken bepalen én ze kunnen vertrekken met een bepaald patiëntenbestand. Voorwaarde is wel dat dit patiëntenbestand voldoende groot is voor twee artsen.

Of een overname achteraf geslaagd kan worden genoemd of niet, hangt voor een deel af van elementen in verband met de overname zelf (begeleiding, kwaliteit van de dossiers en dergelijke), maar is nog meer afhankelijk van de overnemer zelf. Is de inzet, de patiëntenbenadering en de kwaliteit van de zorgverlening bij deze laatste matig, dan zal, hoe interessant de overgenomen praktijk ook was, de overname niet slagen. De uitdaging voor het welslagen van een huisartsenpraktijk ligt vrijwel volledig in de handen van de overnemende huisarts zelf. Een overname kan dit welslagen enkel vergemakkelijken en versnellen.

Praktijkovername: deontologisch

Praktijkovername is sinds 14 september 1991 door de Orde van Geneesheren toegestaan. De druk kwam voornamelijk van artsen die hun medische activiteit in een professionele vennootschap (meestal BVBA) wilden inbrengen. Een financiële waardering van de praktijk is daarvoor noodzakelijk.

De Code van Geneeskundige Plichtenleer bepaalt dat de materiële en immateriële bestanddelen van een geneeskundige praktijk het voorwerp kunnen uitmaken van een inbreng of quasi-inbreng in een geneesherenvennootschap en van een overdracht aan een geneesheer, een geneesheren-associatie of een geneesherenvennootschap (artikel 18 Code). Men spreekt van een quasi-inbreng wanneer de vennootschap binnen de twee jaar na haar oprichting, activabestanddelen verkrijgt van de oprichters, aandeelhouders of beheerders van een vennootschap tegen een vergoeding van minimum 10% van haar geplaatst kapitaal.

Bij inbreng of quasi-inbreng moet een bedrijfsrevisor een verslag opstellen waaruit moet blijken dat alle tussenkomende praktijken en het maatschappelijk verkeer voldoende duidelijk worden geïnformeerd inzake:

  • de beschrijving van het inhoudelijke van de inbreng of de quasi-inbreng,
  • de toegepaste methode van waardering ervan,
  • de overeenstemming tussen de waarde waartoe deze methode leidt, en de waarde van de vergoeding.

Verder bepaalt de Code dat in geval van overdracht van een geneeskundige praktijk, de schriftelijke overeenkomst moet stipuleren dat de geneesheer-overnemer de bewaarder wordt van de medische dossiers en er zich toe verbindt alle voor de continuïteit van de verzorging nuttige gegevens van het dossier mee te delen aan de door de patiënt aangeduide geneesheer.

Wordt de geneeskundige praktijk bij stopzetting van de beroepsactiviteit niet overgedragen, dan is het wenselijk dat de nodige maatregelen worden genomen om de medische dossiers ter beschikking te stellen van de provinciale raad.

De Orde laat tot nu toe na concrete richtlijnen op papier te zetten aangaande de waarde en de prijs van een praktijk. Wel stelt ze dat zowel de overlater als de overnemer bestraft zullen worden voor een zware medische fout als achteraf blijkt dat de voorgelegde stukken niet volledig zijn. Dit wil zeggen dat alles wat wijst op een onofficiële betaling als een zware deontologische fout wordt beschouwd. In concreto is deze sanctie – die geen financiële repercussie heeft – weinig bedreigend voor de overlater. Hij stopt immers toch met de uitoefening van de geneeskunde!

Ten slotte moet nog worden vermeld dat elke overeenkomt in principe ter goedkeuring aan de provinciale raad van de Orde moet worden voorgelegd.

De waarde van een huisartsenpraktijk

Bij de waardebepaling van een huisartsenpraktijk verwijzen artsen nogal graag naar de manier waarop andere vrije beroepen hun kabinet, notariaat, officina, te gelde kunnen maken.

Bij notarissen neemt men als vertrekbasis tweeënhalfmaal het semi-netto-inkomen van het kantoor van de laatste 5 jaar (artikel 55 van de organieke wet op het notariaat).
Bij foutieve inschatting kan in zeer uitzonderlijke omstandigheden een beroep worden gedaan op arbitrage. Indien om het toetreden tot een associatie gaat, dient het proportioneel deel van dit bedrag vergoed (1/2, 1/3, ¼).

Bij apothekers, zo blijkt uit een richtlijn van de Algemene Pharmaceutische Bond, moet de kandidaat-overnemer er vooral op toezien dat de overname financieel kan worden gedragen, rekening houdend met de andere kosten die moeten worden betaald: algemene onkosten, ristorno’s, huur, personeel, enzovoort. Overnameprijzen zouden variëren van 100% tot 250% van de gemiddelde jaaromzet van de laatste vijf jaar.

Bij bovenstaande voorbeelden moet één zeer belangrijke opmerking worden gemaakt. Het gaat om beroepen waarvan de uitoefening ‘beschermd’ is, dat wil zeggen: er is een vestigingswet voor notarissen en apothekers.

Daarnaast moet worden aangestipt dat niets zo persoonlijk is als de relatie tussen een arts en diens patiënt. Ook daarin schiet de vergelijking met de notarissen en de apothekers tekort.

Als deze vergelijkingen slechts indicatief zijn, waarmee moet dan wel rekening gehouden worden wanneer men een praktijk wil overnemen?

Vooraleer dieper in te gaan op de verschillende facetten die een invloed hebben op de waarde van de praktijk, moet men zich eerst de vraag stellen of men überhaupt wil werken en wonen op die bepaalde plaats waar een praktijk over te nemen is. Als stadsmens op de buiten, als Limburger in West-Vlaanderen, enzovoort.

Bij het bepalen van de waarde van een praktijk kunnen verschillende componenten onderscheiden worden:

  • het patiëntenbestand of de dossiers,
  • de roerende goederen zoals medische apparatuur (EKG, spirometer), informatica (PC’s, server, …), telefooncentrale, onderzoekstafel, meubilair, klein medisch materiaal…
  • het telefoonnummer,
  • eventueel het praktijkgebouw.

Enkele elementen ter overweging

Bij een waardering van het patiëntenbestand dienen verschillende facetten onderzocht te worden.

Waarom wordt een praktijk overgelaten?

  • overlijden van de arts (plots of na langdurige ziekte),
  • stopzetting omwille van pensionering (65-75 jaar?),
  • ziekte,
  • ernstig onderzoek door de Riziv-dienst voor Geneeskundige Controle of door het parket,
  • overstap naar een taak als adviserend geneesheer, arbeidsgeneesheer,
  • overstap naar een specialistenloopbaan.

Het antwoord op deze vragen is niet zonder gevolg. Wanneer een praktijk enkele maanden sporadisch toegankelijk is geweest wegens ziekte van de huisarts, zal wellicht een groot deel van het patiëntenbestand verdwenen zijn.

Wordt een praktijk stopgezet omwille van een ernstige veroordeling van de huisarts door het Riziv, de rechtbank, de Orde van Geneesheren, dan is hier wellicht een grondig onderzoek met ondervragingen van patiënten aan voorafgegaan en heeft de praktijk bij de patiënten allesbehalve een goede naam.

Het is ook duidelijk dat een overname van een praktijk waarbij de afscheidnemende huisarts de opvolger aan de patiënten voorstelt en hem introduceert veel meer kans op slagen heeft dan de overname van een praktijk waarbij de huisarts met de noorderzon is vertrokken, langdurig zonder titularis is geweest wegens ziekte of plots overlijden.

Hoe groot is de omzet?

De omzet van een huisartsenpraktijk (bruto-inkomsten) kan worden afgeleid uit het aantal getuigschriftboekjes dat per jaar wordt gebruikt. Deze gegevens zijn te verifiëren in het fiscaal dagboek en de belastingsaangifte.

Een andere belangrijke parameter is het aantal GMD’s. Nochtans is deze parameter alleen geen afdoend gegeven. Niet in elke praktijk wordt op een even systematische manier het GMD aangerekend.

Het is niet onbelangrijk te weten te komen hoe de omzet wordt gegenereerd. Met ander woorden: is de overlatende huisarts een huisarts die ‘soepel’ omgaat met het uitreiken van welwillendheidsattesten, of de patiënten makkelijk laat terugkomen waar het niet nodig is…

Alleen een proefperiode kan hier duidelijkheid scheppen.

Indien de overdrager andere medische activiteiten buiten de huisartsgeneeskunde heeft waarvoor hij toch attesteert met medische getuigschriften, dan moeten de inkomsten afkomstig van deze activiteiten hieruit worden gedistilleerd. Uiteraard kunnen ook de inkomsten die een huisarts ontvangt van activiteiten als K&G, MST, controlegeneeskunde en dergelijke, niet tot de bruto-omzet van de praktijk worden gerekend. Verder moet worden onderzocht hoe die omzet de laatste jaren (bijvoorbeeld drie jaar) is geëvolueerd en in geval er belangrijke schommelingen zijn, waaraan deze te wijten zijn.

Hoe is de praktijk samengesteld?

Belangrijk is na te gaan of het patiëntenbestand ‘gezond’ is samengesteld. Bevat de praktijk bijna uitsluitend oudere, chronische patiënten of ook jongere mensen? Hierbij moet worden onthouden dat chronische patiënten weliswaar gemakkelijker geneigd zullen zijn de opvolger te aanvaarden en niet zo snel zullen afhaken én veel zorg behoeven, maar dat hun levensverwachting doorgaans niet zo groot meer is. Uiteraard zal de praktijk van een oudere arts meer oudere patiënten bevatten dan de praktijk van een jonge arts.

Een andere element dat men niet over het hoofd mag zien, is de verhouding huisbezoeken-raadplegingen. Een praktijk met relatief veel huisbezoeken ten opzichte van raadplegingen is minder ‘waard’. Deze factor moet echter in correlatie worden gezien met de leeftijdsstructuur van de patiënten en van de huisarts. Oudere patiënten ‘consumeren’ nu eenmaal meer huisbezoeken dan raadplegingen.

Medische dossiers

Hoewel meer en meer huisartsen over goed uitgewerkte elektronische dossiers beschikken, zijn er toch nog steeds geneesheren die nauwelijks gegevens van patiënten op papier hebben staan. Het hoeft niet gezegd dat dit een minderwaarde betekent.

Begeleiding door de overlater

Wanneer bij een overname de overlater gedurende enkele maanden de overnemer kan introduceren, is dit een pluspunt. Bij overname na een haio-opleiding is dit uiteraard het geval.

Continuïteit

Een praktijk die ten gevolge van bijvoorbeeld de ziekte van de huisarts-titularis een aantal weken of maanden ‘onbemand’ is geweest, is uiteraard minder waard dan een praktijk waar de overlater hard gewerkt heeft tot de dag van zijn pensioen, en waar de overnemer zijn activiteiten onmiddellijk start nadat de gepensioneerde arts zijn activiteiten heeft stopgezet.

Onkostenstructuur

In geval van overname zijn er soms ook randvoorwaarden na te leven inzake de onkostenregeling, waar niet kan worden naast gekeken. Zo kan bijvoorbeeld de huur vrij hoog zijn, zonder dat men daar onmiddellijk iets aan kan veranderen (bijvoorbeeld bij overname van een huurovereenkomst).

Praktijkplaats

Is de praktijk gevestigd in een gehuurd pand of betreft het een pand dat eigendom is van de overlater?

Wanneer het om een gehuurd pand gaat, moet worden nagegaan of de huurovereenkomst kan worden overgedragen (overdracht van huur) of dat de huurovereenkomst in onderhuur kan worden gegeven. Het is immers belangrijk dat bij overname de overnemer nog gedurende een voldoende lange tijd in hetzelfde pand gevestigd blijft.

Wanneer het onroerend goed eigendom is van de overlater, zijn er twee mogelijkheden.

1.

De overlater wenst de praktijkruimte te verhuren. Naast de overnameovereenkomst dient dan tevens een huurovereenkomst te worden opgemaakt waarin voor de overnemer de waarborg moet worden gegeven dat hij het onroerend goed voldoende lang kan huren en dat na afloop van de huur de overlater zich ertoe verbindt het onroerend goed niet opnieuw aan een huisarts te verkopen of te verhuren.

Bovendien is het niet ongebruikelijk dat de huisarts-huurder in de huurovereenkomst een recht van voorkoop stipuleert in geval van openbare of onderhandse verkoop van het gehuurde goed. Met dat doel verplicht de verhuurder zich ertoe om aan de huurder, per aangetekend schrijven, de prijs en de verkoopsvoorwaarden te laten kennen, waarvoor hij bereid is het onroerend goed te verkopen. De huurder beschikt over een bepaalde termijn om aan de verhuurder de aanvaarding of weigering bekend te maken.

Ontijdig antwoorden staat gelijk met weigering. Bij weigering zal de verhuurder het verhuurde goed niet onderling aan een derde persoon mogen verkopen zonder de huurder door aangetekend schrijven op de hoogte te brengen van de aangeboden prijs en voorwaarden. De huurder beschikt dan over een nieuwe termijn van dertig dagen om een gelijk aanbod te doen, in welk geval het goed hem zal toebehoren. In geval van weigering of bij gebrek aan antwoord binnen de dertig dagen zal het voorkeurrecht van de huurder volledig vervallen zijn. Namens de huurder kan een clausule worden ingebouwd waarin een schadevergoeding opeisbaar is ingeval van miskenning van het voorkeurrecht.

Een andere mogelijkheid bestaat erin te verwijzen naar de procedure inzake recht van voorkoop zoals die is voorzien in de pachtwet.

2.

De overlater wenst de praktijkruimte te verkopen. Wanneer het niet tot een overeenkomst komt tussen de overlater en de overnemer, en de overnemer dus geen eigenaar wordt van het onroerend goed waarin de praktijk is gevestigd, dan moet toch worden gestreefd om als overnemer gedurende een minimumtermijn (een jaar) het recht te hebben de praktijk op het praktijkadres te blijven voortzetten. Bovendien moet ook hier worden gestipuleerd dat de verkoper zich ertoe verbindt om het praktijkgebouw of het onroerend goed waarin het praktijkgebouw gelegen is, niet aan een huisarts te verkopen (of te verhuren indien geen koper wordt gevonden) en in de akte van verkoop te bedingen dat er gedurende een bepaalde termijn geen (huisarts)geneeskunde uitgeoefend mag worden.

Hoe wordt de overnameprijs voor het patiëntenbestand bepaald (goodwill)?

Een vaste norm inzake waardebepaling kan moeilijk worden gegeven. Als alle of de meeste van de hiervoor opgesomde randvoorwaarden positief zijn (begeleidingsperiode, gezonde relatie huisbezoeken-raadplegingen, gezonde leeftijdspiramide van patiënten, geactualiseerde elektronische medische dossiers, mogelijkheid tot huur/koop van de vestigingsplaats), zal uiteraard de overnameprijs hoger liggen dan indien dit niet het geval is.

Maximalistisch kan worden vertrokken van 50% van de eerste bruto-jaaromzet van de overnemer. Het heeft geen zin om uit te gaan van de bruto-omzet van het laatste jaar of van de drie laatste jaren (gemiddeld dan wel) van de overlater: de arts-patiëntrelatie is nog steeds uiterst individueel!

Hierbij kan worden opgemerkt dat net zoals bij verkoop van huizen, te grote praktijken minder gegeerd zijn dan modale praktijken. Bij te grote praktijken zal de kandidaat overnemer zich misschien de vraag stellen of hij wel dezelfde visie op huisartsgeneeskunde heeft als de overlater of nog, of hij bereid is even hard te werken.

Een overname kan geslaagd worden genoemd als de jaaromzet het eerste jaar na de overname 60% tot 75% is van het jaar voordien.

Bovendien moet rekening worden gehouden met het feit dat de huisarts-overnemer in veel gevallen de kost van de overname moet financieren met een lening. Het aflossen van deze lening, samen met het betalen van kosten als huur, auto, sociale lasten, praktijkkosten, verzekering en dergelijke, moet tenslotte nog een haalbare zaak blijven voor de jonge arts die een praktijk overneemt.

Mogelijke formule inzake prijsbepaling en betalingsmodaliteiten:

de overnemer betaalt een overnamesom gelijk aan x % (bv. 50 %) van zijn/haar eerste bruto-jaaromzet, met een minimum van € …………..en een maximum van €………….

er wordt een voorschot betaald; het saldo (dat pas na een jaar gekend is) wordt betaald onder vorm van maandelijkse vaste bedragen, of van een % op de maandelijkse bruto-omzet van de overnemer.

Op die manier is de kans klein dat de overnemer een kat in een zak koopt.

Soms kan worden voorzien dat de overnemer pas een definitieve beslissing neemt na afloop van een bepaalde proefperiode. De overlater beschermd zich in deze hypothese best wel tegen de mogelijke concurrentiële vestiging van de kandidaat-overnemer in het geval deze na de proefperiode beslist om de praktijk toch niet over te nemen.

Hoe wordt de overnameprijs voor het medisch materiaal/ meubilair bepaald?

In de meeste gevallen zijn de investeringen of duurzame goederen (d.w.z. die goederen die, in tegenstelling tot bijvoorbeeld verbruiksmateriaal, over meerdere jaren afgeschreven worden) volledig afgeschreven en boekhoudkundig niets meer waard.

Er kan dan nog een bepaalde reële, economische waarde aan toegekend worden.

Voor recent afgeschreven goederen kan dit 10 tot 25% van de oorspronkelijke factuurwaarde bedragen.

In elk geval is het belangrijk in de overnameovereenkomst duidelijk te bepalen welke goederen eigendom blijven van de overlater en niet mee overgenomen worden en welke goederen wel overgenomen worden. Vervolgens kan worden bepaald of deze goederen mee in de all-in overnameprijs vervat zijn, of er een aparte vergoeding moet voor bepaald worden en hoeveel deze bedraagt.

Hoe wordt de overname van het personeel geregeld?

In sommige huisartspraktijken is er personeel aangenomen in vast dienstverband. In geval van een overname van de praktijk is het noodzakelijk te bepalen of dit personeel ‘overgenomen’ wordt door de overnemer of niet. Is dit niet het geval wordt dit best zo snel mogelijk meegedeeld, zodat de overlater de nodige maatregelen kan nemen – lees ontslag – om een einde te maken aan de rechtsverhouding werkgever-werknemer.

Wordt het personeel wel mee overgenomen, dan wordt dit gestipuleerd in de overnameovereenkomst en dient de overnemer een arbeidsovereenkomst af te sluiten met de bediende of arbeidster(poetsvrouw) en zijn werkgeververplichtingen via een sociaal secretariaat te regelen.

Fiscale en financiële aspecten

Fiscaal

De overnemer kan de overnameprijs fiscaal aftrekken. Wat de afschrijving van goodwill (patiëntenbestand) betreft, werd in een parlementaire vraag de gebruikelijke termijn van vijf jaar in vraag gesteld en werd een termijn van tien tot twaalf jaar voorgesteld als zijnde meer in overeenstemming met de reële waardevermindering van de goodwill.

In de meeste gevallen – in hoofde van de overlater – zal de overnameprijs gewoon als stopzettingsmeerwaarde worden belast. De overlater betaalt 33% (+ 3% opcentiemen) belasting zolang de vergoeding niet méér bedraagt dan het totaal van de nettohonoraria van de vier jaar die aan de stopzetting voorafgaan. Het tarief van 33% wordt verminderd tot 16,5% (+ 3% opcentiemen) als de stopzettingsmeerwaarde wordt betaald of vastgesteld bij stopzetting van de werkzaamheid vanaf de leeftijd van 60 jaar, na overlijden of invaliditeit, ofwel ingevolge uitzonderlijke omstandigheden.

De meerwaardebelasting moet onmiddellijk en volledig worden betaald op het moment van de verwezenlijking van de overeenkomst (dat wil zeggen, wanneer de overnamesom bekend is), ongeacht het moment waarop de prijs door de overnemer wordt betaald.

In sommige gevallen komen de partijen overeen de overnamesom niet in één keer, maar wel in schijven te betalen. Het kan gaan om vaste schrijven: bijvoorbeeld vijf achtereenvolgende jaren x euro. In andere gevallen wordt bepaald dat, na de betaling van een voorschot, vijf achtereenvolgende jaren x% van de bruto-omzet moet worden betaald, eventueel met een maximum- en minimumbedrag.

Op zich zijn dit voor de overnemer voordelige formules omdat de overnamesom gespreid kan worden betaald. Zeker de laatste formule beperkt in zeker mate het risico van een overname. Voor de overlater zijn de fiscale gevolgen van de eerste formule (vooraf bepaald bedrag) echter zwaar en is er bovendien een zeker risico van niet-betaling. De fiscale regeling is immers zo dat bij wet wordt bepaald dat de stopzettingsmeerwaarde belastbaar is op het ogenblik dat zij wordt verkregen of kan worden vastgesteld. Ingeval de overeenkomst bepaalt dat de overnameprijs vijfmaal 10 000 euro is, wordt de stopzettingsmeerwaarde belast op het ogenblik van de vaststelling en moet de overlater dus onmiddellijk belasting betalen op het volledig bedrag van 50 000 euro. Wordt gestipuleerd dat vijf jaar na elkaar 10% van de bruto-omzet als overnameprijs moet worden betaald, dan zal de belasting op de stopzettingsmeerwaarde elk jaar slechts op het respectievelijke bedrag worden geheven.

Aangezien zeer veel huisartsen hun praktijk uitoefenen in het kader van een (éénhoofdige) BVBA kan een overname gebeuren onder twee verschillende vormen.

Ofwel verkoopt hij de vennootschap zelf, nl. de aandelen. De overnemer koopt op een fiscaal zeer onvriendelijke manier de voor hem of haar niet fiscaal aftrekbare aandelen over. De overlater geniet van de fiscaal onbelaste prijs die voor de aandelen wordt betaald. Bij het bepalen van de prijs van de praktijk, en dus van de aandelen, moet zeker dit fiscaal aspect ‘verrekend’ worden.

Ofwel verkoopt hij zijn ‘patiëntenbestand’ aan de overnemer. De overnamesom die de overnemer aan de BVBA van de overlater betaalt, wordt belast aan het gangbare tarief in de vennootschapsbelasting. Voor de overnemer is het uiteraard een fiscaal gunstige, want aftrekbare, verrichting.

Financiering

Niet iedereen heeft zomaar enkele tienduizenden euro’s in een zwarte kous tot zijn beschikking. De meeste artsen die een praktijk wensen over te nemen, zullen de overnamesom in belangrijke mate moeten lenen. Hiervoor zijn verschillende ‘technieken’ geschikt. Uw bank (raadpleeg er bij voorkeur verschillende) zal u daarin adviseren.

Wij citeren alleen enkele mogelijkheden:

Lening op afbetaling

Met een lening op afbetaling kunt u een overname financieren. De normale looptijd is echter beperkt (maximaal vijf jaar) zodat voor grotere bedragen deze formule niet steeds haalbaar is. Vergeet niet dat een lening ook nog moet worden afbetaald!

Langlopend krediet

Wordt geopteerd voor een langere afbetalingstermijn, dan kiest men het best voor een langlopend krediet. Minder of niet geschikt voor praktijkovername zijn een woningkrediet (alleen toegestaan voor woningen met uitsluitend gebruik voor privédoeleinden), een rekening courant (uitsluitend om tijdelijke tekorten te betalen) en een voorafbetalingkrediet (om de voorafbetaling van uw belastingen aantrekkelijk te maken).

Juridische aspecten

Indien overlater en overnemer het eens zijn over de belangrijkste elementen: tijdstip, prijs, begeleiding, introductie, apparatuur, dossiers, telefoonnummer(!), desgevallend overgangsregeling, enzovoort, dan kan een overeenkomst worden afgesloten.

Een geschreven overeenkomst volstaat (onderhandse akte). Een tussenkomst van de notaris is niet vereist (behalve wanneer tevens het onroerend goed waarin de praktijk gevestigd is, wordt overgenomen). Veiligheidshalve (vooral met het oog op de fiscale gevolgen) legt men de overeenkomst, alvorens te ondertekenen, best voor aan een jurist.

Nog een laatste tip. Vergeet niet te stipuleren dat de overlater zich ertoe verbindt geen huisartsgeneeskunde meer uit te oefenen in een straal van …km rond de praktijk!

Huisarts & Samenwerking (HUSAM) - Domus Medica vzw - 2010
Auteur: Rita Cuypers

Praktische informatie

Facilitatoren

Bij het uitwerken van een samenwerking kan men zich door ervaren huisartsen-facilatoren van ECHT laten begeleiden. Het basisaanbod van ECHT is coaching door huisartsen voor huisartsen.

De kerngroep bestaat uit ervaren huisartsen met professionele opleiding en expertise op vlak van samenwerking. Meer informatie vindt u op de website van ECHT.

Impulseo

Indien de overname van een praktijk in een huisartsarme zone geschiedt, kan de overnemer in aanmerking komen voor een Impulseo I-premie. Dit is voor alle erkende huisartsen die zich installeren na 1 juli 2006 in een zone waar nood is aan extra huisartsen, de zogenaamde prioritaire zones.

Anders is er de mogelijkheid bij het Impulsfonds te lenen aan een lage rentevoet. Dit is voor huisartsen (na hun stage) die een praktijk opstarten na 1 juli 2006 en binnen vier jaar na hun erkenning als huisarts of binnen vier jaar na hun terugkeer uit een ontwikkelingsland (lijst van ontwikkelingslanden vastgesteld door de OESO).

Voor meer informatie kunt u terecht bij Domus Medica (vragen naar Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. ) of op de website van het Riziv of het Participatiefonds.


Laatst aangepast: do 18.11.2010