| Progressieve werkhervatting bij zelfstandigen | ![]() |
| do 29.09.2011 |
Een arbeidsongeschikte zelfstandige kan zijn vroegere beroepsactiviteit (gedeeltelijk) hernemen met toestemming van de adviserend geneesheer. Maar men moet hier voorzichtig mee omspringen, omdat er wel wat voorwaarden aan verbonden zijn. Bovendien werd deze regeling recent gewijzigd door het Koninklijk Besluit van 11 juni 2011. In de uitkeringsverzekering voor zelfstandigen bestaat een onderscheid tussen de periode van de primaire arbeidsongeschiktheid (= het eerste jaar) en de periode van de invaliditeit (= vanaf het tweede jaar). Voor de nieuwe regeling kon een zelfstandige zijn beroepsactiviteit alleen maar gedeeltelijk hervatten in de periode van invaliditeit. Hiervoor was altijd de toelating nodig van de Geneeskundige raad voor invaliditeit (GRI) van het RIZIV. Voor de hervatting van de activiteit gold geen beperking, maar in de schriftelijke toestemming van de adviserend geneesheer van het GRI staat wel vermeld wat men juist mag doen: de aard, het volume en de voorwaarden voor de uitoefening van de activiteit. Met de invoering van het KB van 11 juni 2011 is deze gedeeltelijke hervatting van de beroepsactiviteit niet meer beperkt tot de periode van invaliditeit. Men kan zijn activiteit nu ook al hervatting in de periode van de primaire arbeidsongeschiktheid, dus in het eerste jaar. Ook hier zijn natuurlijk voorwaarden aan verbonden. Deze hervatting mag geen gevaar vormen voor de gezondheidstoestand en de toestemming kan maar verleend worden vanaf de tweede maand van de arbeidsongeschiktheid. Bovendien zal de toelating maar verleend worden voor zover de job verenigbaar is met de aandoening. Samen met deze aanpassing werd ook het dagbedrag van de primaire arbeidsongeschiktheidsuitkering en van de invaliditeitsuitkering zonder gelijkstelling verhoogd met 2% en dit met ingang van 1 september 2011. Hierdoor komt dit dagbedrag nu op 50,40 euro voor een gezinshoofd en 38,73 euro voor een alleenstaande. Deze nieuwe regeling is in werking getreden op 4 juli 2011. |