Een samenwerking tussen verschillende personen kan verschillende vormen aannemen. Voor de juridische uitwerking van zo'n samenwerkingsverband is niet altijd een vennootschap vereist. We zetten de vier belangrijkste vormen even kort uiteen.
Met losse samenwerking bedoelen we de samenwerking zoals deze zich ontwikkelt binnen de sociale netwerken van een ondernemer of vrije beroeper. Vrijwel iedere ondernemer of vrije beroeper staat in contact met collega ‘s of vrienden die hetzelfde of een aanverwant beroep uitoefenen en waarop dan ook bij gelegenheid beroep wordt gedaan.
‘Los’ als belangrijkste kenmerk betekent dat deze samenwerking niet juridisch uitgewerkt is maar gebaseerd op een occasioneel en informeel contact waarbij de wens tot verdere integratie ontbreekt. Het voorwerp van deze samenwerking kan dan ook verschillend zijn, gaande van het uitwisselen van informatie over de gezamenlijke aankoop van materiaal voor de beroepsuitoefening tot het uitwisselen van informatie.
De voordelen van een los samenwerkingsverband zijn dan ook hierin terug te vinden. Zowel op inhoudelijk vlak als op praktisch of kostenbesparend vlak, kan een dergelijke samenwerkingsvorm zeker nuttig zijn. Het grote nadeel van deze samenwerkingsvorm is evenwel het ontbreken van structuur en een duidelijk referentiekader waarin alle afspraken geregistreerd zijn. Vaak is het juist deze samenwerkingsvorm die later uitmondt in een meer gestructureerd en juridisch geregeld samenwerkingsverband.
Met een verticale samenwerking bedoelen we de samenwerking waarbij (jongere) medewerkers aangetrokken worden door een bestaande onderneming of vrij beroep, die wordt uitgebaat door een meer ervaren ondernemer of vrije beroeper. Deze laatste zal dan het ondernemingsrisico dragen. Het typevoorbeeld van deze samenwerkingsvorm is de advocaat-stagiair.
Het belangrijkste kenmerk van deze samenwerking is dat om redenen van verschil in ervaring, zeker in het begin van de samenwerking, er een opsplitsing wordt gemaakt wat de werkzaamheden betreft, waarbij de medewerker vaak eenvoudigere dossiers zal behartigen. Vaak evolueert deze vorm van samenwerking van een strikte taakverdeling naar een meer collegiale samenwerking, waarbij de partijen meer en meer gelijken worden. Deze vorm van samenwerking wordt doorgaans geregeld bij wijze van een overeenkomst (van onderaanneming).
De voordelen van een verticale samenwerking voor beide partijen zijn legio. De jongere medewerker kan ervaring opdoen, zich zo verder bekwamen en heeft een inkomstenzekerheid en hoeft zich niet te bekommeren over de bedrijfsvoering, investeringen en het ondernemingsrisico in het algemeen.
De ondernemer - vrije beroeper kan door het aangaan van verticale samenwerking flexibeler zijn voor het cliënteel en zich meer concentreren op het voeren van de onderneming of het beoefenen van een bepaalde specialisatie. Bovendien is er een betere benutting van de gedane investeringen en voorzieningen en kunnen er hefboomeffecten optreden. Vaak wordt er ook naar een verticale samenwerking gezocht om de werkdruk te verlichten.
Als nadeel van de verticale samenwerking kan gewezen worden op de effecten van een dergelijke samenwerking op lange termijn. Naarmate de jongere medewerker meer ervaring krijgt, stijgen diens loonverwachtingen, terwijl er inzake eindverantwoordelijkheid of ondernemingsrisico geen wijzigingen optreden. Deze tegenstelling, het wegvallen van de ‘chemie’ tussen partijen, of concurrenten die bekwame medewerkers wensen aan te trekken, kunnen er allen toe leiden dat de verticale samenwerking na een tijdje beëindigd wordt.
Daarnaast zijn er juridisch een aantal heikele punten, zoals b.v. het risico van schijnzelfstandigheid.
Over een kostendelende samenwerking spreken we indien meerdere personen op systematische wijze en voor een langere periode gaan samenwerken om er een financieel voordeel uit te halen, door b.v. het gezamenlijk aankopen van goederen of diensten of het delen van een ruimte voor de beroepsuitoefening, waarbij schaalvoordelen worden beoogd. Ieder behoudt wel zijn eigen klanten en beroepsuitoefening.
Over een kostendelende samenwerking spreken we indien meerdere personen op systematische wijze en voor een langere periode gaan samenwerken om er een financieel voordeel uit te halen, door b.v. het gezamenlijk aankopen van goederen of diensten of het delen van een ruimte voor de beroepsuitoefening, waarbij schaalvoordelen worden beoogd.
Ieder behoudt wel zijn eigen klanten en beroepsuitoefening. Het bekomen van financiële voordelen via deze vorm van samenwerking kan zeker interessant zijn. Toch zijn er ook nadelen aan verbonden. De gezamenlijke goederen of ruimten vragen een beheer en goede afspraken tussen de deelnemers. Bovendien blijft ieder voor zich werken en het eigen ondernemingsrisico dragen.
In deze samenwerkingsvorm kan het interessant zijn gebruik te maken van een vennootschap, maar bestaat ook de mogelijkheid om dit via een schriftelijke overeenkomst uit te werken.
Bij integrale samenwerking worden de volledige ondernemingen van de leden samengevoegd. Dit wil zeggen dat zij het ondernemingsrisico, het cliënteel en de kosten en opbrengsten met elkaar gaan delen. Vaak wordt er voor deze samenwerkingsvorm gekozen voor een vennootschap, zodat er onder een gemeenschappelijke naam kan worden gewerkt, een regeling kan worden getroffen met betrekking tot de verdeling van de winsten en inbreng van iedere betrokkene.
Hoewel er ook integrale samenwerkingen kunnen ontstaan tussen derden, zien we vaak dat voor deze integrale samenwerking gekozen wordt in een familiale context.
De voordelen van deze integrale samenwerking zijn groot. Door de samenwerking bestaat de mogelijkheid tot specialisatie, zowel op inhoudelijk vlak, als ook op het vlak van het cliënteel. Doordat het ondernemingsrisico gedeeld wordt, is het voor iedere deelnemer minder groot. De flexibiliteit voor klanten wordt door deze samenwerkingsvorm ook verhoogd.
Het grote nadeel en risico is de mislukking van de samenwerking. Hierdoor is de reputatie van de leden geschaad en soms moeilijk te herstellen. De vermenging van het cliënteel gedurende de samenwerking kan ook bij het beëindigen ervan problematisch zijn.
Het kiezen van een samenwerkingsvorm hangt af van uw persoonlijke situatie en vergt het afwegen van verschillende vragen. Het doel van de samenwerking, de vorm van samenwerking, de aansprakelijkheid van de leden, de inning en verdeling van de inkomsten, het dragen van de kosten en de toe – en uittreding van de leden in een samenwerking zijn zeer belangrijke aandachtspunten.
In de samenwerkingsovereenkomst kunnen ook best de volgende punten afgesproken worden: