Vraag van een kring in verband met de aanvaardingsplicht van een arts door de kring. Ook werd de vraag gesteld naar de mogelijkheid om de bijdrage voor kring en wachtdienst te splitsen.
Antwoord:
Uw vraag omtrent de acceptatieplicht is een oud zeer. De problematiek is eigenlijk tweeërlei. In welke gevallen heeft de huisartsenkring een verplichting een huisarts te aanvaarden zowel als vzw-vereniging of als organisator voor de wachtdienst? Omgekeerd in welke gevallen is een huisarts verplicht van een vzw huisartsenkring deel uit te maken en wanneer moet hij deel uit maken van de wachtdienst?
Volgens de wet op de kringerkenning kan een erkende kring geen enkele lokale arts weigeren om tot de vereniging toe te treden. Mits enkele voorwaarden: zie hier onder in de toegevoegde extracten. Meer zelfs, de kring dient het bewijs te leveren om iedereen te hebben aangespoord om lid te worden. Hier is de wetgeving op de kringerkenning strenger dan de wet op de vzw’s.
Want de vzw-wetgeving zegt dat een vzw bepaalde voorwaarden in de statuten kan schrijven om het lidmaatschap te omschrijven: bvb dat men huisarts moet zijn en praktijk hebben in een bepaald gebied en bvb dat men wetenschappelijk verantwoorde geneeskunde moet beoefenen. Maar zelfs als een persoon aan al de voorwaarden van de statuten voldoet kan de vzw toch nog het lidmaatschap weigeren. Een lid aanvaarden komt meestal toe aan de raad van bestuur, afhankelijk van de bepalingen in de statuten. Een lid ontslaan komt toe aan de algemene vergadering en dit dient te gebeuren onder bepaalde voorwaarden (2/3 van de stemmen, geen quorum vereist).
Dus volgens de vzw wet heeft de kring geen aanvaardingsplicht van een lid. Maar volgens de wet om een erkende kring te worden heeft de kring wel een acceptatieplicht.
Een kring is de wettelijke organisator van de wachtdienst en kan volgens KB 78 geen enkele arts uitsluiten. Daarvoor moet de arts het huishoudelijk reglement ondertekenen en zich houden aan de deontologische regels. En als er nu in het huishoudelijk reglement staat dat men tijdens de wachtdienst klassieke geneeskunde moet beoefenen en een homeopaat ondertekent dat reglement, wil dat zeggen dat hij bereid is en zichzelf kundig vindt om klassieke geneeskunde te beoefenen. En dan heeft de kring geen poot om op te staan om een alternatieve arts te weigeren, alhoewel de Orde in een advies van 1979 zegt dat de homeopaten niet kunnen deelnemen aan de wachtdienst van de klassieke omnipractici. De kring kan wel een arts tijdelijk uit sluiten van de uitoefening van de wachtdienst als bewarende maatregel bij ernstige fouten. Dit op voorwaarde dat het huishoudelijk reglement dat toelaat.
Dus besluit: op wettelijke basis, volgens het KB 78 en de wet op de kringerkenning, kan een erkende kring niemand weigeren als lid. Ook mag iedere arts deelnemen aan de wachtdienst tenzij hij zich uitsluitend profileert als alternatieve geneesheer. Maar daar zou ik toch eerst advies vragen aan de Provinciale Raad.
Omgekeerd welke plichten heeft een huisarts?
Een huisarts heeft geen enkele verplichting om lid te worden van de erkende lokale kring. Hij moet dus ook geen lidgeld betalen aan deze kring.
In geen enkele wet wordt geschreven dat een huisarts verplicht moet deelnemen aan de lokale wachtdienst. Wel zegt KB 78 dat een arts moet zorgen voor de continuïteit: of hij dat nu alleen doet of samen met andere beoefenaars van dezelfde soort, is voor de wetgever goed.
Maar om erkend huisarts te zijn moet je wel deelnemen aan de plaatselijke wachtdienst georganiseerd door de kring. Dus hier mag een huisarts zijn eigen continuïteit verzekeren, maar dat ontslaat hem niet van deelname aan de lokale wachtdienst. De nieuwe conventie 2008 zegt dat een huisarts een praktijktoelage van 1.000 € kan krijgen als hij ingeschreven is in de plaatselijk wachtdienst of tenminste 1x wacht gedaan heeft.
In de Code van Plichtenleer wordt wel geschreven dat een huisarts moet deelnemen aan de wachtdienst en zeker bijdragen tot de werkingskosten ervan, zelfs als hij vrijgesteld is.
Dus laat ons globaal stellen dat een huisarts geen lid moet zijn van een kring, maar dat hij wel moet deelnemen aan de wachtdienst, tenzij uitzonderingen, en dat hij zeker een bijdrage moet betalen aan de wachtdienst. Wij geven de raad om het lidgeld van de kring te splitsen van de bijdrage voor de wachtdienstwerking. Het lidmaatschap van de kring is voor een huisarts volledig vrijwillig, dus ook zijn lidgeld. De bijdrage voor de wachtdienstwerking is afdwingbaar voor de Provinciale Raad van de Orde. Deze wachtdienstbijdrage moet billijk zijn. U ziet dus dat de administratieve vereenvoudiging, de transparantie van de wet en de regelgeving en de coördinatie van terminologie nog geen eenvormig geheel uitmaken. Hieronder enkele exempels in dit verband.